Hoe organiseren we onze bedrijven in 2030?

    Vraag 100 mensen waarom hun job hen gelukkig maakt en je krijgt gegarandeerd ‘zinvol werk’, ‘veel autonomie’ en ‘fijne collega’s/baas’ als antwoord. Dat is ook het type werk dat ook Lesley Vanleke van De Baak voor ogen houdt wanneer ze de krijtlijnen voor de Nieuw Normale Organisatie (kortweg NiNO) uittekent.

    Laatst sprak ik met een ex-collega uit een grote Belgische bank.  Herstructureringen ten gevolge van de financiële crisis hadden hem beroofd van zijn uitdagende en interessante professionele bezigheden. Hij moest op zoek naar een nieuwe activiteit en dat stemde hem tot nadenken. Wat wou hij graag doen? Wat vond hij nu écht belangrijk?

    Het gesprek dat ik met hem daarover had was typisch. Ieder mens zal zich kunnen herkennen in de wensen van mijn vriend:

    • “Ik heb vooral autonomie nodig.  De vrijheid om de dingen aan te pakken zoals ik denk dat ze aangepakt dienen te worden op basis van mijn kennis en mijn ervaring.  En laat het zinvol en nuttig zijn! Die laatste maanden bij de bank… Wat deden we daar nog? Het was afbreken, zonder enige bijdrage aan de lange termijn der dingen.  Dat was bijna niet meer vol te houden.  En, ah ja, ik moet het nog graag doen hé!  Het moet aansluiten bij mijn interesses, zodat ik er een stuk van mezelf in kan leggen.”

    Nuttige bijdrage

    Mensen die erin slagen deze drie elementen (autonomie, zingeving en engagement)  in hun job terug te vinden, zullen hun ‘nuttige bijdrage’ met voldoening leveren aan hun organisatie.

    Die ‘nuttige bijdrage’ kunnen we als volgt definiëren:

    1. De wens om het gehele proces te kunnen overzien.  Waaraan draag ik voor mijn werk uiteindelijk bij?  Is dat een prettig zittend pak voor de klant die uiteindelijk ons pak koopt in de winkel?  Is dat een behouden thuiskomst voor een kind dat zijn been gebroken heeft op skivakantie?

    2. De wens om er iets van de eigen inzichten, eigen creativiteit in te steken.  Ons product, onze dienstverlening zou niet dezelfde zijn zonder MIJN persoonlijke bijdrage. Dat is iets om trots op te zijn.

    3. Maatschappelijke relevantie. Draagt wat ik, of dat wat mijn organisatie doet, bij aan het groter geheel der dingen? 

    Het Nieuwe Normaal 

    Hoe kunnen bedrijven zich hiernaar organiseren? Hoe creëren ze een evenwicht tussen de belangen van de medewerkers en die van de organisatie? Lesley Vanleke: “De Nieuw Normale Organisatie (NiNO) gaat op een duurzame en respectvolle manier om met mensen, gaat voor continuïteit van de organisatie middels een duurzame groei, draagt respect voor medewerkers, klanten, omwonenden, leveranciers enz.  hoog in het vaandel  én is doordrongen van het besef dat ze niet los staat van de bredere maatschappelijke context. Ze stelt zich dus omgevingsbewust op.”

    Om dit alles concreet te maken, illustreert Vanleke hoe in een Nieuwe Normale Organisatie de nuttige bijdrage vorm krijgt.

    1. Kwaliteit van de arbeid

    Het eerste aspect van de nuttige bijdrage appelleert aan arbeidsorganisatie.  Door de manier waarop wij sinds de industrialisering binnen organisaties onze werkprocessen hebben vormgegeven is een onthechting ontstaan tussen de mens die het werk doet en het uiteindelijke resultaat waaraan hij bijdraagt. Het lopende band principe. Naaisters die nog enkel een knoopsgat kunnen maken en verder niet over de competenties beschikken om andere zaken in het proces te kunnen: patronen knippen, mouwen inzetten en dies meer. Ook in de dienstverlenende sector is een dergelijke manier van organiseren ver doorgedrongen. Werk wordt dus zo georganiseerd dat efficiëntie voorop staat. Hoewel dit ons onze huidige welvaart heeft gebracht, heeft het ook voor aliënatie en ziekmakende jobs gezorgd.

    In een NiNO wordt werk georganiseerd volgens de principes van kwaliteitsvolle arbeid met aandacht voor autonomie, totaal overzicht op de processen en uitdagende doelstellingen. Teams zijn in een NiNO multidisciplinair en zelfsturend. Dit maakt creativiteit en innovatie mogelijk. De structuur van een NiNO is zo gebouwd dat de teams zeer dicht zitten op de realiteit van de  klant waarvoor zij een nuttige bijdrage leveren. Dit draagt bij aan de betrokkenheid van de teamleden.

    2. Talentmanagement

    Het tweede aspect doelt op de wens van individuele medewerkers om in te zetten op hun eigen talenten en passies. Mensen zoeken verbinding tussen hun werk en wie zij zelf zijn. Dit betekent dat zij zelf de architect  willen zijn van hun job en hun loopbaan.
    Concreet betekent dit voor u als werknemer dat u een ander soort van gesprekken zal voeren met uw leidinggevende of personeelsverantwoordelijke. De nadruk zal liggen op dialoog en de concrete realiteit waarin u werkt wordt daardoor mede door u zelf vormgegeven. In een NiNO wordt het werk onder de teamleden van een team verdeeld op basis van onderling overleg. Feedback en leren staan centraal. Participatie van talent maakt deel uit van de dagelijkse bedrijfsvoering. De leidinggevende wordt meer een facilitator en coach die stuurt op resultaat. 

    3. Langetermijndoelstelling

    Het derde aspect vindt zijn connectie met duurzaamheid.  Duurzaamheid is een actueel thema dat in alle onderdelen van onze samenleving zijn weerklank vindt. We vragen ons zo stilaan bij alles wat we doen af of dat het label “duurzaam” verdient.
    Ook voor organisaties heeft deze trend verstrekkende gevolgen.  Deze vraag naar duurzaamheid is niet alleen voorbehouden voor organisaties uit de publieke of not for profit sector. Ook privébedrijven doen er meer en meer aan om hun maatschappelijke bijdrage helder te stellen. Voorbeelden zijn BASF, Van Gansewinkel, Trifinance, Cambio …  Privé-organisaties die hun bredere bijdrage helder kunnen overbrengen zullen een streepje voor hebben bij het winnen van klanten en het aantrekken en behouden van medewerkers. 

    En wat betekent dit voor u?

    In de Nieuwe Normale Organisatie krijgen we als individu bijzonder veel: een zinvolle job waarvan we ook nog eens gelukkig worden, autonomie en de vrijheid om te ondernemen. We mogen vanuit onze talenten werken in een sfeer van collegialiteit, open feedback en bovenal respect. Zoals het spreekwoord zegt:  voor wat hoort wat. Dus wat vraagt de NiNO hier voor terug? Moed, maturiteit, verantwoordelijkheidsbesef en heel wat zelfsturing. 

    In de NiNO zal u zich voortdurend moeten bevragen over het ruimer kader en uw bijdrage in het geheel der dingen. Er zal appel gedaan worden om steeds relevant te blijven en uzelf verder te ontwikkelen. U zal zich steeds opnieuw moeten bezinnen over de resultaten en de wijze waarop u ze met uw team behaalt.

    Lesley Vanleke is programmamaker bij De Baak

    Volgend event op de agenda van De baak: Introduction 'The new co-working', voorzien op 17 januari